Jan Hoek - Vrij Nederland

Jan Hoek wilde moderne Masai fotograferen in Tanzania. Hoe zou hij dat eens doen? En wat vond zijn onderwerp er zelf van?
tekst en foto’s Jan Hoek

Masai worden al jaren slechts op één manier gefotografeerd: springend in rode doeken in de natuur. Sinds kort is daar een genre bijgekomen, de ‘kijk-mij-met-een-Masai’-foto: een roodverbrand toeristenhoofd dicht tegen een exotische Masai aangeperst. De manier waarop de Masai wordt gefotografeerd verschilt niet veel van de manier waarop we leeuwen of olifanten fotograferen. De foto is bewijs dat je ‘ze’ gezien hebt, hoe ‘ze’ eruitzien wisten we allang van vorige foto’s en de ene (leeuw, Masai, olifant) is inwisselbaar met de andere. Zelf hebben de Masai (nog) geen eigen cultuur van foto’s maken.

Ik ben een paar keer in mijn leven in Tanzania geweest en heb vier maanden in Dar-Es-Salaam, de hoofdstad, gewoond. De springende Masai bestaat nog steeds. Het springen is een ritueel dat bijna elke Masai nog steeds doet, maar wel slechts bij bijzondere gelegenheden. De foto’s zijn dus net zo representatief als foto’s van Nederlanders met oranje opblaaskronen op Koninginnedag. Steeds meer Masai trekken naar de stad en mixen het traditionele met het moderne. Een Masai gekleed in rode doeken met daaronder het nieuwste model Nikes. Een Masai met uitgestretchte oren waar zijn mobiele telefoon in geklemd zit. De meeste westerlingen hebben daar weinig boodschap aan. Ik heb gezien dat fotograferende toeristen een Masai vroegen of hij zijn Nikes even uit wou doen: dat stond ‘gek’ bij zijn traditionele outfit. Ik sprak met Mike, een belangrijke zakenman in Arusha, die strak in pak gekleed gaat. Hij vertelde dat als hij aan westerlingen vertelt dat hij Masai is, ze dat vaak niet geloven. Masai zijn immers die primitieve springende mensen in de natuur.

Het werd dus tijd om een nieuwe manier te zoeken om de Masai te fotograferen. Een manier waar ze zelf ook wat over te zeggen hebben. In Arusha, de tweede stad van Tanzania, werd ik vrienden met zeven verschillende moderne Masai. Een zakenman, een potteuze ex-bajesklant, een filmstudent, een veehoudster, een beveiliger, een werkeloze jongen die net ritueel geïnitieerd was en een rapper. Eerst probeerde ik ze beter te leren kennen. Hoe zien ze zichzelf? Hoe zouden ze gefotografeerd willen worden? Wat willen ze nog bereiken? Wat is hun lievelingskleur? Van iedereen maakte ik drie verschillende foto’s gebaseerd op hun eigen persoonlijkheid en wensen. Zelf mochten ze kiezen welke ze het beste vonden. Bij de één was dat een foto waarin ze poseert als een gangstergirl met een geweer in haar hand, een filmstudent koos voor een foto waarin hij was veranderd in een spin. Deze foto’s waren natuurlijk slechts persoonlijke voorkeuren. Ik besloot verkiezingen te houden in de stad. Alle Masai in Arusha mochten stemmen op één van de zeven winnende foto’s. Iedereen bleek de spin doodeng te vinden: 0 stemmen. Een andere jongen werd geïdentificeerd als nep-Masai. Hij deed alsof om blanke meisjes te versieren en geld aan mij te verdienen. Uiteindelijk kregen twee foto’s de meeste stemmen en die gelden dus samen als ‘de twee nieuwe manieren’ om Masai te fotograferen. De ene is de foto van Seuri die vrij traditioneel in een studio is gefotografeerd (weliswaar met rood-witte paddenstoelen op de achtergrond). Maar hij vond het wel belangrijk om alleen op de foto te staan en niet als een groep. Op de andere zien we Maria die op een auto zit met spiegelende kantoorflats op de achtergrond. De rijke, moderne Masai, al draagt ze nog steeds traditionele sieraden bij haar zilveren jurk. Dus mocht je binnenkort naar Afrika gaan en de Masai willen fotograferen, dan weet je dat je het zo moet doen.

Images