In de periode van 2001 tot en met 2003 schilderde Annemiek de Beer hoofdzakelijk waterlelies en vijvers. Hier was het haar in eerste instantie te doen om het licht en de veranderlijke structuren. Bijkomend voordeel was dat ze veel abstracter kon gaan denken, zowel in beeld als in materiaal.
Bestonden haar schilderijen in deze periode nog uit vele lagen dunne verf, waardoor de huid ‘gepolijst’ leek, de schilderijen vanaf 2004 begonnen zo nu en dan een ‘droger’ karakter te krijgen. Structuren zijn nog steeds belangrijk: riet, boomkruinen en grashalmen komen regelmatig in haar werk terug.
Ook in kleur en huid zoekt Annemiek de Beer een heel eigen weg. Teruggetrokken, cementachtige kleuren met toch een fris en zijdeachtig karakter. Langzamerhand vormde zich een interesse voor de traditionele Japanse schilderkunst. De directheid van de kwaststreek, structuren en bovenal de eenvoud hebben haar aandacht.
Momenteel schildert ze eenvoudige dingen uit haar directe omgeving. Waar ze zich voorheen nog niet durfde te wagen aan een verdwaalde grasspriet tussen de tegels, daar ligt nu haar uitdaging.